Over het vmbo

Leerlingen die voor het mbo kiezen doorlopen eerst de onderbouw. In de onderbouw volgen vmbo-leerlingen grotendeels hetzelfde programma. De bovenbouw begint in het derde leerjaar en duurt, net als de onderbouw, twee jaar. In de onderbouw zijn scholen niet verplicht om leerlingen in een leerweg in te delen. Wel vanaf de bovenbouw. Studieresultaten in de onderbouw zijn bepalend voor de keuze van een leerweg. De bovenbouw is ingedeeld in vier leerwegen. Een leerweg is de route die de leerling volgt na de onderbouw en leidt naar een diploma:

Alle mbo-leerwegen leiden naar het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Doorgaans gaan leerlingen met een diploma van de basisberoepsgerichte leerweg naar mbo-opleidingen op niveau 2 en leerlingen met diploma’s van de andere leerwegen naar mbo-opleidingen op niveau 3 of 4. Binnen het mbo kunnen leerlingen naar een opleiding op een hoger niveau doorstromen. De keuzemogelijkheden zijn afhankelijk van het opleidingsaanbod van een ROC en mogelijk ook van toelatingsvoorwaarden van de opleidingen. Leerlingen zonder mbo-diploma kunnen op niveau 1 van het mbo instromen en soms op niveau 2. Met de komst van de entreeopleiding in het mbo per augustus 2014 worden op niveau 1 alleen deelnemers toegelaten die geen vmbo-diploma hebben. Leerlingen in de theoretische en de gemengde leerweg volgen algemeen vormende vakken op hetzelfde niveau. Leerlingen met het diploma van de theoretische leerweg kunnen doorstromen naar de vierde klas van het havo, indien de school waar ze instromen hiermee instemt. Ook voor leerlingen met het diploma van de gemengde leerweg staat deze mogelijkheid open als leerlingen examen doen in een extra algemeen vormend vak.

De sectoren van het mbo

De beroepsgerichte leerwegen in het vmbo kennen vier sectoren: Economie, Techniek, Zorg & welzijn en Landbouw. Sectoren zijn weer onderverdeeld in afdelingen die specifiek op één of enkele beroepsrichtingen zijn gericht. Een voorbeeld in de sector Economie is de afdeling Handel die voorbereidt op opleidingen in de handel in het mbo. Een voorbeeld in de sector Techniek is Elektrotechniek. Leerlingen die naar de theoretische leerweg gaan kiezen een vakkenpakket met algemene theoretische vakken. Ze krijgen in principe geen beroepsgerichte vakken. Toch stromen ook leerlingen in de theoretische leerweg uit in een sector. De vakkenpakketten van de theoretische leerweg zijn namelijk op sectoren georiënteerd. Elk vakkenpakket sluit aan bij een sector (Economie, Techniek, Zorg & welzijn of Landbouw). Ook het sectorwerkstuk dat een leerling van de theoretische leerweg in het vierde leerjaar maakt is gericht op een sectorspecifiek onderwerp. In de doorstroomatlas zijn de sectordifferentiaties in het vakkenpakket van leerlingen in de theoretische leerweg echter niet in de analyses betrokken, omdat veel leerlingen een breder vakkenpakket kiezen en niet in één sector in zijn te delen.

Intrasectorale en intersectorale programma’s

Voor leerlingen die zich breder willen oriënteren, zijn er intrasectorale programma’s en sinds 2007 de intersectorale programma’s. Intrasectorale programma’s behoren tot één sector. Er komen onderdelen uit twee of meer afdelingen van die sector aan bod. Zo biedt het programma Handel & administratie onderdelen aan uit zowel de afdeling Handel als de afdeling Administratie en het programma Instalektro in de sector Techniek kent onderdelen uit zowel de opleiding Installatietechniek als uit de opleiding Elektrotechniek. Sommige intrasectorale programma’s zijn nog breder van opzet en zijn samengesteld uit onderdelen van alle afdelingen. Voorbeelden zijn de intrasectorale programma's Zorg-breed, Techniek-breed en Landbouw-breed. Intersectorale programma's bieden lesstof aan uit meerdere sectoren.

Bij de overstap naar het mbo kunnen leerlingen verwant en niet-verwant doorstromen. Er is sprake van verwante doorstroom als de leerlingen van een afdeling van een vmbo-sector een vervolgopleiding kiezen in een inhoudelijk overeenkomstig hoofddomein van het mbo, dan wel een hoofdomein dat de meeste inhoudelijke raakvlakken heeft met de vooropleiding van het mbo.

Nieuwe beroepsgerichte programma's

Op dit moment wordt gewerkt aan nieuwe beroepsgerichte examenprogramma's voor het vmbo. naar verwachting worden de huidige beroepsgerichte vakken en programma's per schooljaar 2016-2017 vervangen door tien beroepsgerichte profielen en een breed palet aan beroepsgerichte keuzedelen. Meer informatie over dit vernieuwingstraject vindt u www.vernieuwingvmbo.nl.

Cohorten en gegevensjaren

In de doorstroomatlas wordt met een 'cohort' de groep leerlingen bedoeld die in een bepaald jaar in het 3e leerjaar van het vmbo staan ingeschreven. Een voorbeeld: alle vmbo'ers die in schooljaar 2003-2004 staan ingeschreven in leerjaar 3, vormen samen cohort 2003. Die groep, dat cohort, kan gedurende een aantal jaren gevolgd worden.

Van elke leerling in zo'n cohort is, zolang als deze leerling in het door de overheid bekostigd onderwijs is ingeschreven, bekend welk type onderwijs hij of zij op 1 oktober van elk jaar vormt. Dit maakt het mogelijk om de onderwijsloopbaan, inclusief de overgang naar mbo, havo en hbo, te volgen. Als een leerling niet meer in de bestanden voorkomt en geen einddiploma heeft behaald, hoeft dat niet te betekenen dat de leerling is uitgevallen. Deelname aan opleidingen van Defensie, de politie en particuliere opleidingen en opleidingen in het buitenland, wordt niet geregistreerd.

Door cohorten van verschillende jaren met elkaar te vergelijken, kunnen ontwikkelingen in kaart worden gebracht. Afhankelijk van het thema worden de gegevens van een of meer cohorten gebruikt. Wanneer van een cohort een gegeven wordt getoond (bijvoorbeeld de mate van doorstroom naar het mbo, twee jaar na het jaar waarin de leerling in het 3e leerjaar van het vmbo stond ingeschreven), dan gaat het om de stand van zaken op 1 oktober van een bepaald jaar. Dat moment wordt het 'gegevensjaar' genoemd.

Doorstroomatlas vmbo   De onderwijsloopbaan van vmbo'ers in beeld gebracht