Verklarende woordenlijst

Havo-profielen

Een havo-profiel is een studierichting in de bovenbouw van het havo. Er zijn vier hoofdrichtingen of profielen: natuur en techniek, natuur en gezondheid, economie en maatschappij en cultuur en maatschappij.

Afdeling

Een afdeling is een onderwijsprogramma binnen een vmbo-sector met en eigen specialisatie. Een voorbeeld is de afdeling Administratie in de sector Economie.

Allochtoon

Volgens de definitie van het CBS die gevolgd wordt het ministerie van OCW wordt een persoon tot de allochtonen gerekend als ten minste één ouder in het buitenland is geboren.

Avo

Een groep vakken die niet direct gericht zijn op beroeps(voorbereidend) onderwijs, maar waarvan het doel is een brede algemene ontwikkeling bij te brengen.

Bovenbouw

De (laatste) fase van het voortgezet onderwijs waarin een keuze voor een afstudeerrichting moet worden gemaakt. In het vmbo bestaat de bovenbouw uit het derde en vierde leerjaar.

Cohort

Een groep individuen die in eenzelfde periode eenzelfde demografische verandering hebben meegemaakt. In de Doorstroomatlas vmbo is een cohort de groep leerlingen die in hetzelfde schooljaar uit de onderbouw van het vmbo of uit de onderbouw van een andere schoolsoort in het voortgezet onderwijs naar het derde leerjaar van het vmbo is gegaan.

Cohortbestand

Alle gegevens die van de leerlingen uit een cohort beschikbaar zijn voor analyses.

Domein

De domeinindeling is een ordening van mbo-opleidingen in zestien domeinen van verwante opleidingen. Door deze bundeling wordt het opleidingsaanbod voor aankomend mbo-studenten overzichtelijk. Dit helpt hen bij het kiezen van een opleiding. Voor jongeren die nog niet precies weten voor welk kwalificatiedossier zij willen worden opgeleid, bestaat de mogelijkheid om in een domein te worden ingeschreven. Zo kunnen zij alvast starten met de gemeenschappelijke onderdelen van een aantal verwante opleidingen en tegelijkertijd op basis van praktijkervaring een definitieve keuze maken voor een kwalificatiedossier.

Doorstroom

Overgaan naar een andere onderwijssoort

G32

Na de G4 de 32 grootste gemeenten in ons land. Samen met de G4 vallen ze onder het grotestedenbeleid in ons land.

G4

De vier grootste gemeenten van Nederland (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht).

Hoofddomein

De (hoofd)domeinindeling is een nieuwe ordening van mbo-opleidingen in zestien domeinen van verwante opleidingen. De indeling gaat uiterlijk schooljaar 2013-2014 in.

Indexcijfer

Het percentage dat de verhouding tot een referentiewaarde uitdrukt. In deze Atlas: uitgaande van een bepaald jaar (het referentiejaar) drukt het indexcijfer de percentuele toename of afname uit van bijvoorbeeld de deelname aan het vmbo in de op het referentiejaar volgende jaren.

Intersectoraal

Brede, oriënterende opleidingen in het vmbo, opgezet om leerlingen te laten kennismaken met veel verschillende soorten werk in verschillende sectoren.

Intrasectoraal

Voor leerlingen die zich breder willen oriënteren, zijn er intrasectorale programma´s. Intrasectorale programma´s behoren tot één sector. Er komen onderdelen uit twee of meer afdelingen van die sector aan bod. Zo biedt het programma Handel & administratie onderdelen aan uit zowel de afdeling Handel als de afdeling Administratie. Sommige intrasectorale programma´s zijn nog breder van opzet en zijn samengesteld uit onderdelen van alle afdelingen. Voorbeelden zijn de intrasectorale programma´s Zorg-breed, Techniek-breed en Landbouw-breed.

Krimpgebied

In Nederland zijn drie regio's als krimpgebied aangemerkt: Zeeuws-Vlaanderen, Zuidoost Limburg en Noordoost Groningen. Deze gebieden kenmerken zich door een terugloop van de bevolking.

Leerweg

Een leerweg is een onderwijsroute die een leerling volgt. Het vmbo kent vier leerwegen (basisberoepsgerichte leerweg, de kaderberoepsgerichte leerweg, de gemengde leerweg en de theoretische leerweg). Het mbo heeft twee leerwegen (de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) en de beroepsopleidende leerweg (bbl).

Leerwerktraject

Een leerwerktraject is een volwaardige leerroute binnen de basisberoepsgerichte leerweg (BB) van het vmbo. Het leerwerktraject geeft de leerling, die door zijn leerstijl niet in staat is het reguliere programma succesvol te doorlopen, de mogelijkheid het diploma te behalen door middel van een meer passende leerroute waarin meer buitenschools leren in bedrijven is opgenomen.

Locaties

Een nevenvestiging van een school (hoofdvestiging) op een eigen adres in dezelfde gemeente of in een andere gemeente.

Lwoo

Het aanbod voor leerlingen in het vmbo van extra ondersteuning om het diploma te halen.

Niet-verwante doorstroom

Leerlingen die bij de overstap van vmbo naar mbo van sector wisselen. Een voorbeeld is een leerling uit de sector Economie van het vmbo die in de sector Techniek van het mbo begint.

Onderbouw

De (eerste) fase van het voortgezet onderwijs. In het vmbo beslaat de onderbouw het eerste en tweede leerjaar.

Onderbreking

Het tijdelijk stoppen met de deelname aan het onderwijs om na een of enkele jaren terug te keren.

Onderwijsnummer

Het onderwijsnummer is een uniek persoonsgebonden nummer, dat iedere leerling krijgt die in Nederland door de overheid betaald onderwijs volgt. Dit nummer wordt gebruikt om gegevens over de schoolloopbaan van leerlingen te verzamelen. De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) verzamelt en beheert die gegevens.

Onderwijsnummerbestand

Een databestand met schoolloopbaangegevens van leerlingen in het betaalde onderwijs (zie ook onderwijsnummer).

Profiel

Een profiel is een samenhangend geheel van vakken waarmee leerlingen worden voorbereid op een vervolgopleiding en het werk dat ze uiteindelijk willen doen.

Programma

Een leerplan; een verzameling van vakken die tezamen een opleiding met een bepaald doel vormen.

RMC

Nederland is verdeeld in 39 Regionale Meld- en Coordinatiepunten (RMC) voor voortijdig schoolverlaters (vsv-ers).

Ruraal

De gemeenten in Nederland die niet onder de G4 en de G32 vallen (in deze Atlas).

Sector

Een sector in het vmbo is een onderwijsprogramma gericht op een beroepssector die leerlingen voorbereid op hun vervolgopleiding en het werk dat ze willen doen. Het vmbo kent vier sectoren (Economie, Techniek, Zorg & welzijn en Landbouw) en intersectorale programma's (zie bij Intersectoraal). Het onderwijs in het mbo is in vier vergelijkbare sectoren verdeeld, maar kent geen intersectorale programma's.

Startkwalificatie

Een diploma van een mbo-opleiding op tenminste niveau 2 of het havo- of vwo-diploma.

Studiesucces

Het behalen van het (vmbo-)diploma in relatie tot de studieduur.

Switchen

Wisselen, bijvoorbeeld van leerweg binnen het vmbo of van opleiding binnen het mbo.

Uitstroom

Verlaten; het vmbo of het mbo, met of zonder diploma, verlaten.

Uitval

Het onderwijs verlaten.

Verblijfsduur

De tijd die een leerling nodig heeft om het voortgezet onderwijs en/of het middelbaar beroepsonderwijs te doorlopen

Verstedelijking

Het karakter hebben van een (grote) stad.

Verwante doorstroom

In deze Atlas: leerlingen die vanuit een vmbo-sector naar dezelfde sector in het mbo gaan. Bijvoorbeeld van de sector Economie in het vmbo naar de sector Economie & handel in het mbo.

Doorstroomatlas vmbo   De onderwijsloopbaan van vmbo'ers in beeld gebracht